De meest gestelde vragen ivm lagerugpijn.

Terug naar de homepage
Terug naar het info overzicht

Is bedrust aangewezen?

Eigenlijk niet, tenzij uitdrukkelijk voorgeschreven door je arts. Uit onderzoek blijkt dat je beter zo snel mogelijk je gewone activiteiten herneemt (in ieder geval zeer uitzonderlijk meer dan 3 dagen bedrust).
Wees bedachtzaam: vermijd bewegingen en houdingen die je pijn geven of die je rug belasten. Leer eventueel alternatieve bewegingen aan bv om je aan te kleden of om voor de kinderen te zorgen.
Bij (lange) bedrust bestaat de kans dat de spieren van je rug verder ‘deconditioneren’ en dus nog minder hun taak aankunnen. Het herstel zal langer duren.
Moet ik buikspieroefeningen doen voor een sterke rug?

Men raadt bij rugklachten aan om de buikspieren te sterken. We denken dat dat niet zinnig is.
Sommige buikspieroefeningen zijn zelfs af te raden omdat ze de druk in de tussenwervelschijf verhogen (vaak zelf de oorzaak van de rugklachten).
Om goed te bewegen heb je sterke been- en rugspieren nodig en deze moeten zo snel mogelijk in conditie komen (kunnen dan meer belasting aan). Wil je toch buikspieroefeningen doen, vraag dan zeker advies. Er bestaat een specifiek programma rugsparende buikspieroefeningen. Goed voor je buik én veilig voor je rug.
Is mijn rug nu een zwakke plek?

Je voelt geen pijn meer en geniet terug volop van je leven. Het blijft echter knagen: komt de pijn terug, is mijn rug nu de ‘zwakke plek’? Misschien, maar je kan er zelf veel aan doen.
Als je weet dat de meeste rugklachten veroorzaakt of onderhouden worden door een slecht bewegingspatroon of door verkeerde houdingen, dan valt er heel wat te voorkomen. Het kost weinig en na een tijdje worden de aangeleerde rugveilige houdingen je tweede natuur.
Verder gelden hier ook de algemene regels: leef zo gezond mogelijk. Zorg dat je elke dag beweegt (1/2 uurtje flink stappen is al heel wat), eet gezond, ontspan je (en ook je rug) én slaap voldoende.

Men zegt dat stress rugpijn kan geven, is dat juist?

Stress kan inderdaad rug- en ook nekpijn uitlokken of onderhouden. Dat komt omdat je, als je gestresseerd bent, je een 'verkrampte' houding aanneemt en daardoor je rug overbelast. Je doet dat onbewust. Bv als je te zwaar onder druk staat op je werk of dat er spanningen zijn in de familie.
Het is dus niet de spanning die rugpijn geeft, maar wel de verkrampte houding die je erdoor aanneemt. Als je dat inziet ben je al een stap vooruit. Je kan op je houding letten en je leren ontspannen door relaxatie- of ademhalingstechnieken of door aandachtstraining. Tracht in ieder geval de oorzaak van de spanningen op te lossen, zoek hulp (de huisarts kan je adressen geven) of eventueel een andere baan als je geen verbetering ziet.
Moet ik er leren mee leven?

Mensen die reeds lang rugpijn hebben (we noemen het chronisch wanneer de pijn langer dan 12 weken aanhoudt) hebben tal van therapieën doorlopen zonder dat de pijn echt volledig verdwijnt. Soms krijgen ze te horen dat ze er moeten ‘leren mee leven”. Is dat zo?
Niet in de zin dat je aan je lot wordt overgelaten. Men wil daarmee aangeven dat de manier waarop men met de klacht omgaat veel kan bijdragen tot een beter comfort. Als men zich bv door de naaste omgeving gesteund voelt (men kan er over spreken en men krijgt de hulp die nodig is) dan zal men de klacht beter accepteren (en minder gespannen of verdrietig zijn). Wordt men echter teveel gespaard (men beklaagt je voortdurend, men neemt je alle werk uit handen, men behandelt je als ‘mindervalide’), dan zal je je op de duur ook zo gedragen.
Neem dus zelf je leven in eigen hand. Overleg met je omgeving en aanvaard de hulp die nodig is (soms is dat moeilijk) maar tracht vooral de dingen te doen die wel nog mogelijk zijn of doe ze op een andere manier. Volg de algemene adviezen bij rugpijn goed op.
Geef de pijn een plaats(je) in je leven, maar niet je hele leven. Er zijn speciale reconditioneringsprogramma’s voor mensen met chronische pijn die goede resultaten geven.
Maar ook contact met lotgenoten kan helpen om beter om te gaan met de pijn.
Bron: Beweging.org 12/2003