Diagnose

Terug naar de homepage
Terug naar het info overzicht

Risicofactoren voor osteoporose

Het is vaak moeilijk om aan te geven wie wel osteoporose krijgt en wie niet. Toch zijn er bepaalde factoren aan te wijzen die een belangrijke rol kunnen spelen in het krijgen van osteoporose. Deze factoren worden vaak "risicofactoren" genoemd.

De medische wetenschap is er nog niet uit welke risicofactoren er allemaal een rol kunnen spelen en hoe ernstig deze zijn.

Ernstige risicofactoren:

-osteoporose in de familie, bijvoorbeeld moeder of vader met osteoporose
-langdurig gebruik van corticosteroïden (prednison en prednisonachtige stoffen)
-een te laag lichaamsgewicht
-geen - of heel weinig - lichaamsbeweging
-bepaalde ziekten of aandoeningen zoals te hard werkende schildklier, astma, reuma, bepaalde darm- en huidziekten
-een of meerdere botbreuken na uw 50ste jaar


Overige risicofactoren:

-geslacht: vrouwen lopen een groter risico dan mannen
-leeftijd: boven de 50 jaar
-een vroege overgang (laatste menstruatie op 45 jarige leeftijd of jonger)
-niet genoeg calcium via de voeding
-te weinig buitenlicht of onvoldoende vitamine D in de voeding
-te weinig geslachtshormonen bij man of vrouw (bijv. aangeboren aandoeningen, impotentie, lange tijd geen menstruaties)
-lengte verlies: meer dan 5 cm voor het 70ste jaar
-grotere kans op vallen (bijv. slecht ter been, recente operatie aan of botbreuk van één van de ledematen, gebruik van slaap- of kalmerende middelen)
-eetstoornissen (anorexia)
-roken
-hoog alcohol gebruik ( dagelijks meer dan 2 glazen)
-hoog koffie gebruik (dagelijks meer dan 7 koppen)
-teveel zout
Hoe meer risicofactoren u heeft, hoe groter de kans is dat u osteoporose zult krijgen. Wanneer u drie of meer risicofactoren heeft, raden wij u aan naar uw huisarts te gaan voor gesprek en/of nader onderzoek.

Diagnose osteoporose

De diagnose osteoporose kan op diverse manieren worden gesteld.

-Na een botbreuk
Wanneer u wat gebroken hebt kan op basis van de röntgenfoto worden vastgesteld dat er sprake is van een botbreuk door osteoporose. Wanneer u wat breekt na het 50ste jaar is het altijd verstandig te vragen of er sprake is van osteoporose. Ook al wordt er door de desbetreffende arts niets over gezegd.

-Met een röntgenfoto
Met behulp van een röntgenfoto kan men naast een botbreuk ook ingezakte wervel goed zichtbaar maken. Ingezakte wervels kunnen voorkomen bij mensen met osteoporose. Wervelinzakkingen kunnen veel pijn veroorzaken en daarbij zal door de inzakking lengteverlies en een verkromming van de rug ontstaan.

-Met een botdichtheidsmeting
De dichtheid van het bot (de botmassa) kan op een betrouwbare manier gemeten worden op verschillende plaatsen in het skelet. Meestal worden de heup en de lendenwervels (LWK) gemeten. Het apparaat waarmee dit gebeurd is een soort een röntgenapparaat, maar de straling waaraan men tijdens het onderzoek wordt blootgesteld is erg laag. Met een meting van de botmineraaldichtheid (BMD) kan de hoeveelheid botmassa gemeten worden. Hoe lager de BMD, hoe groter de kans op een botbreuk als men komt te vallen. Met een botdichtheidsmeter meet men dus eigenlijk de kans op een breuk. Of er daadwerkelijk een botbreuk of wervelinzakking optreedt is niet te voorspellen.

De meting wordt uitgedrukt in een T-score en een Z-score:

T-score: uw botdichtheid vergeleken met de botdichtheid van een vrouw rond het 35e jaar;

Z-score: uw botdichtheid vergeleken met de botdichtheid van iemand van uw leeftijd.

· Bij een score tussen de +1% en –1% is alles prima.

· Bij een score tussen de –1% en –2,5% is er sprake van osteopenie (verminderde botmassa).

· Bij een score vanaf –2,5% is er sprake van osteoporose.

Osteoporose Stichting 01/2006