Assertiviteit (bijeenkomst Hooidonk 18/03/2000)

Door Annemie De backer

 

Assertief zijn, hebben we nooit geleerd. Assertief zijn is jezelf zijn en ook op die manier naar buiten kunnen komen. Maar zoals zoveel zaken is dit vlugger gezegd dan gedaan want er worden grenzen gesteld die voor een chronisch pijnpatiënt nauwer getolereerd zijn dan voor de anderen.

 

De grenzen van een chronisch zieke zijn o.a.:

1.  Lichamelijk: er zijn dagen die je minder goed aankan en er zijn dagen dat de pijn met al je energie gaat lopen. De dagen van veel pijn kunnen we minder goed aan en dan is het noodzakelijk dat we goed zijn voor onszelf en onze pijn. Het is dan van belang dat we gemakkelijk liggen in ons bed, met kussens op de juiste plaatsen, met de telefoon dichtbij evenals drank en voedsel. Dit zijn dan allerlei zaken die tellen.

2.  Materieel: ook hier word je als zieke drastisch beperkt in doen en laten.

3.  Mobiliteit: we worden afhankelijker van anderen en moeten hulp vragen om naar buiten te geraken of om tot bij de dokter en het ziekenhuis te geraken.

4.  Sociaal: Als we pijn hebben is het heel belangrijk wie er thuis is, wie er voor ons opkomt en ook met wie we willen telefoneren of met wie we een kop koffie willen drinken en een babbeltje slaan. Maar deze mensen zijn natuurlijk niet elk moment van de dag beschikbaar.

5.  Cultureel: ook hier zien we dat onze maatschappij niet is aangewezen op mensen met een “handicap”. Trappen op en af, plaatsen zonder liften, onaangepaste structuur,...

6.  Mentaal: Wanneer we ons verhaal willen vertellen, dan blijkt dat we in een heel eng wereldje zitten. De zon schijnt blijkbaar voor iedereen, maar boven ons hoofd lijkt het zwart en regenachtig. En ons humeur schiet erbij in.

 

Als we gaan kijken wie er rondom ons leeft en ons kan steunen of waarvan we afhankelijk zijn, zijn er drie groepen:

De eerste groep zijn onze huisgenoten en deze mensen krijgen het meest te lijden onder ons humeur.

De tweede groep zijn de familie en de vrienden een groep die al iets minder snel klaar staat om altijd te helpen.

In de derde groep staan de hulpverleners. Het is heel belangrijk voor de patiënt dat hij/zij niet in de eerste cirkel blijft hangen en dat men af en toe ook bij anderen terecht kan om zijn/haar verhaal te doen.

Hieronder vind je dan ook enkele hulpmiddeltjes om ook je zegje te doen wanneer je geen beroep kan doen op de eerste groep mensen en in contact komt met de tweede en derde groep.


Familie en kennissen

 

Hoe moeten we reageren als je met veel moeite een stap in de buitenwereld zet en men zegt’Je ziet er goed uit, zeker genezen?’

·        Iets dat altijd werkt is zeggen: “Dat is enkel de buitenkant”. Wees gerust dan wordt het altijd stil want dan weet de persoon die het goed bedoelde niet meer hoe hij verder moet. Maar het is aan jou om dan toch nader toe te lichten wat er mis is met je binnenkant.
Desnoods door te zeggen dat je het momenteel niet afgaat want dat je toch veel pijn hebt.
Bezoek: soms als we bezoek krijgen, zijn er mensen waarvan we het gevoel hebben dat ze hun boekje te buiten gaan omdat zij gaan beslissen wat we wel en niet mogen/kunnen doen in onze toestand.

·        Het is aan ons om de personen te laten weten wat WIJ belangrijk of minder belangrijk vinden.

·        Het is aan ons om onze bezoekers een beetje op te voeden, dat staat ook gelijk aan assertief zijn. We moeten ons van binnen goed voelen als er bezoek komt.

·        Het is aan ons om te zeggen waar onze rolstoel moet staan, hoe onze kussens moeten liggen. Ga er tegenin door met heel veel geduld opnieuw te herhalen hoe je het zelf wilt en wat je niet wilt.
Hulp vragen: dat is voor iedereen moeilijk. Vragen is moeilijk want het bevestigt hoe afhankelijk we zijn en drukt ons met de neus op onze beperktheden.

·        Wanneer men met je hotst en botst in de auto of wanneer je in een rolstoel zit. Dan moet je durven zeggen dat het pijn doet, want door te zwijgen zit jij met de pijn en met opgekropte gevoelens. Al wat je NIET zegt kan de andere niet weten.

 

Hulpverleners:

 

Op onderzoek gaan bij een dokter is nooit tof en meestal brengt het ons geen positief nieuws. Om dan toch nog een beetje houvast te hebben kan je volgende zaken overwegen:

·        Zorg dat er iemand meegaat om je te begeleiden en te steunen. Zorg dat je iemand uitkiest die voor je opkomt want als je heel veel pijn of angst hebt is het heel moeilijk om dit zelf te doen.

·        Als je bang bent voor iets. Zorg dan dat je voldoende voorbereid bent op het gesprek met je behandelende arts. Bijvoorbeeld: Breng je vragenlijst mee en zorg dat de dokter er op antwoord. Geeft hij je slechts 10 minuten van zijn tijd, laat dan de vragenlijst achter en zeg dat je hem komt ophalen. Hij zal deze zeker beantwoorden, indien niet neem gerust een andere arts, er zijn er betere.