Pijn... en het Vlaams
Fonds met Ann Verbraeken.
Voorafgaande opmerking:
dit is een verslag van wat er op de bijeenkomst is gezegd, de volledige informatie
staat in de uitnodiging van januari 2006.
Dank zij
de opvolging van negatieve gevolgen, die beslissingen binnen het Vlaams Fonds
kunnen hebben, kunnen er voorstellen tot wijziging van regelgeving worden
voorgesteld. Ziekenfondsen hebben daarom werkgroepen, die de wetgeving opvolgen
en bij de regering knelpunten aankaarten om samen een oplossing te zoeken.
Door kritiek vanuit de dagdagelijkse praktijk werkt het Vlaams Fonds nu met
minder lange wachttijden. Maar nog al te vaak staat men toch nog machteloos
t.o.v. de noden van de patiënten.
Het Vlaams
Fonds werd in 1990 opgericht na de grondwetsherzieningen en als opvolger van
het Rijksfonds.
Het Vlaams Fonds dient voor alles wat met hulpmiddelen te maken heeft, voor
alle andere zaken moet men naar het RIZIV. Inschrijven kan alleen bij een
concrete hulpvraag.
Het Vlaams
Fonds biedt individuele materiële bijstand: vb badlift, traplift...
Het Vlaams
Fonds helpt ook bij tewerkstelling en opleiding samen met de VDAB: door de
gepaste hulpmiddelen te verlenen die nodig zijn om een bepaald werk te kunnen
uitvoeren of opleiding te kunnen volgen.
Het Vlaams
Fonds helpt bij de opvang van gehandicapte kinderen thuis en in instellingen
en zorgt voor begeleiding bij zelfstandig wonen.
Het Vlaams
Fonds is er voor personen met een handicap, er is geen percentage vereist
maar de handicap moet langdurig en belangrijk zijn en hier is er een probleem:
langdurig en belangrijk zijn subjectieve begrippen, veel hangt af van de persoon
bij wie men terecht komt.
Het verhaal
van mensen opschrijven is niet voldoende. Er moeten medische gegevens zijn,
de handicap moet aangetoond zijn vóór de leeftijd van 65 jaar
en mag niet erger worden. Vb. iemand met een hersenbloeding op 60 jaar heeft
een badzitje nodig en krijgt het, maar als er na 65 jaar meer klachten komen
als gevolg van diezelfde hersenbloeding worden verdere hulpmiddelen geweigerd.
Hulpmiddelen.
Het Principe: Het Vlaams Fonds betaalt alleen de meerkost als gevolg van de
handicap. Vb. relaxzetel: de tussenkomst is alleen voor het elektrisch bedienbaar
maken van de zetel, niet voor de zetel zelf.
Hetzelfde geldt voor een auto. Er is geen tussenkomst mogelijk voor de auto
zelf, wel voor de aanpassing nodig voor de sociale integratie.
Voor elk
hulpmiddel moet er een duidelijke motivatie zijn (omdat men bij het Vlaams
Fonds van mening is dat veel toegekende hulpmiddelen niet worden gebruikt,
is men zeer streng in de selectie en financiële tussenkomst), en soms
moet een expert geraadpleegd worden: vb. verbouwing aan een huis moet nuttig
zijn. Er bestaan refertelijsten voor hulpmiddelen die terugbetaald worden
(deze refertelijst kan u vinden in onze bibliotheek). Een enkel keer kan een
hulpmiddel dat niet op de lijst staat terugbetaald worden via de bijzondere
bijstandscommissie (mits grondige motivatie).
Er is ook
een verschil of een hulpmiddel als aanvulling of vervanging dient. Vb. voor
mensen die nog een beetje kunnen gaan is een rolstoel een aanvulling voor
de onderste ledematen, voor mensen die niet kunnen gaan is de rolstoel een
vervanging voor de onderste ledematen.
Zijn nooit
ten laste van Vlaams Fonds: verzekeringskosten, opname in privé-tehuizen,
gsm, relaxzetels en bedden.
Door het
korvensysteem werden teveel bedden aangevraagd omdat men ze misschien zou
kunnen nodig hebben. Het korvensysteem is afgeschaft en men zal hopelijk ooit
terug tussenkomen voor bedden, maar men weet nog niet wanneer.
Rolstoelen:
Vroeger betaalde het RIZIV voor een elektrische rolstoel als men geen stap
meer kon zetten. Het Vlaams Fonds wou betalen maar vindt dat het RIZIV moet
betalen.
Nu is er
sprake van een eenheidsdossier, bruikbaar zowel voor het RIZIV als voor het
Vlaams Fonds. Dit eenheidsdossier wordt opgesteld door een multidisciplinair
team erkend door het Vlaams Fonds en bestaande uit een adviserend geneesheer
(=huisarts), maatschappelijk werker, ergotherapeut, revalidatiearts ... aangevuld
met experten indien nodig vb. CARA, architect...
Men moet
de aanvraag voor hulpmiddelen doen vóór de aankoop: het multidisciplinair
team moet eerst uitmaken welke hulpmiddelen het best geschikt zijn.
Indien er
veel vragen komen voor hulpmiddelen die niet op de refertelijst staan wordt
die lijst, na lange tijd aangepast.
Hoe aanvragen?
Via een
formulier A002 met een medisch verslag + motivatie door maatschappelijk werker
met een concrete zorgvraag ingediend bij de provinciale afdeling.
De Provinciale evaluatiecommissie PEC (bestaande uit dokters en kinesisten)
stuurt vervolgens haar advies naar de administratie.
Vroeger
was de bijstandskorf voor 4 jaren, dus de weigering was ook voor 4 jaren.
Nu is de huidige beslissing voor onbepaalde duur, dus sommige aankopen kan
men uitstellen.
De begindatum is de dag van de beslissing van het Vlaams Fonds.
Bij weigering
heeft men 30 dagen om de beslissing te veranderen met bijkomende gegevens.
Anders moet men beroep indienen via de arbeidsrechtbank.
Voor een
herziening gebruikt men formulier A001 samen met een adviesrapport.
De tijdens de bijeenkomst gestelde vragen en de daarop gegeven antwoorden:
Vraag:
Wat verstaat men onder omgevingsapparatuur?
Antw.:
Alles wat op een rolwagen kan bevestigd worden waardoor men apparaten kan
bedienen die men anders niet kan bedienen, vb. om voordeur te openen, TV
aan te zetten, microfoon om telefoon op te nemen zonder aan te raken, joy-stick...
Vraag:
Waarom zijn er zo weinig huisdokters bereid om papieren in te vullen?
Antw.:
Huisdokters moeten soms teveel papieren invullen, de dossiers moeten heel
uitgebreid zijn: als een dokter alleen maar invult dat de patiënt hulp
nodig heeft is dat onvoldoende, er moeten concrete verslagen bij.
Huisdokters kunnen ook niet altijd inschatten wat de problemen zijn.
Vraag:
Er is geen percentage van handicap nodig, wat dan wel?
Antw.:
Er moeten wel verslagen zijn dat iemand serieus gehandicapt is zonder dat
dit in % uitgedrukt is, bv. een functioneel bilan, opgesteld door een kinesist.
Vraag:
Hoe kan men een parkeerkaart krijgen?
Antw.:
Vroeger moest men voor 80% gehandicapt zijn, nu krijgt men toch een kaart
als er problemen zijn met de verplaatsing.
Vraag:
Waarom wordt een fiets met hulpmotor niet terugbetaald?
Antw.:
Het zou moeten kunnen onder bepaalde voorwaarden, maar nu is er geen terugbetaling
ook niet in beroep.
Opmerking
van meerdere patiënten: Binnen de Ziekenfondsen zou men meer moeten vechten
voor de patiënten. Wij moeten meer en meer vaststellen dat de meeste
voordelen die er nu zijn gaan naar de niet chronisch zieken.
Antw.:
Er is inderdaad onrechtvaardigheid. Meer en meer mensen krijgen problemen,
maar ook gezonde mensen hebben problemen, neem nog maar bijvoorbeeld: betaalbare
woningen of het moeten betalen van 5000 euro voor een hoorapparaat.
De voordrachtgeefster
is tot hier zeer begripvol omgegaan met onze vragen en opmerkingen, maar ondersteund
plots het maatschappelijk denken van de meerderheid van onze bevolking, die
gelukkig niet ziek is, door te zeggen dat een financiële tussenkomst
in alles niet kan, en dat solidariteit ook zijn grenzen heeft.
Ze benadrukte dit door te zeggen: dat wij (de Ziekenfondsen) er immers ook
voor moeten zorgen dat onze gezondheidszorg betaalbaar blijft.
Antwoord
van Leon, onze voorzitter:
Dat
betaalbaar blijven, mag dan wel niet gebeuren op rug van de zieken!!!
Vroeger stonden de zieken buiten de maatschappij, nu wil men integratie
maar men wil er niet voor betalen.
Als alle kosten mee in de MAF (Maximum Factuur van Sociale Zaken) zouden
zitten, dan zou er al veel opgelost zijn. Men zou dan o.a. geen Vlaams Fonds
meer nodig hebben, en men zou dan ook
niet meer die gigantische administratieve kosten hebben van die organisatie.
Wij vragen alleen maar de nodige zorg op maat en een bestaanszeker inkomen
om van te leven.
Is
dat nu zoveel gevraagd in een van de rijkste regio's in de wereld?
Daarenboven
komt nog dat door hulpmiddelen te ontzeggen aan zieken, zij in een negatieve
spiraal terecht komen, doordat hun mantelzorgers overbelast worden. Zowel
de patiënt als de mantelzorger hebben die hulpmiddelen nodig.
Organisaties
zoals Mutualiteiten mogen niet betuttelen maar moeten ons helpen.
Als
Pijnpatiënten, hebben wij ook vaak te maken met VERZEKERINGS ARTSEN
en andere CONTROLE ARTSEN (met uitzondering van de controle artsen van het
ziekenfonds), en we hebben in de loop van de tijd moeten vaststellen dat
maar al te vaak de artsen die in de voormiddag voor het welzijn van patiënt
A werken in de namiddag controlearts zijn en tegen patiënt B werken.
Terwijl de behandelend arts van patiënt B controle uitvoert op patiënt
A.
Als wij dit uit ervaring vaststellen, hoe komt het dat de ziekenfondsen
dit blijkbaar niet zien?
Met onze
dank aan Chris