logologo Bijwerkingen van pijnmedicatie

 

 

 

Pompelmoessap drinken bij het innemen van bepaalde geneesmiddelen kan gevaar inhouden. Dit drankje beïnvloedt bv. de werking van cholesterolverlagende middelen en maximaliseert tegelijk ook de bijwerkingen ervan. Heel wat (pijn)medicatie veroorzaakt uiteenlopende nevenwerkingen en dat vereist goed en duidelijk advies van de arts en/of apotheker.

“Nog te veel artsen bezondigen zich aan wat ik omschrijf als ‘kunstfouten’ wanneer ze onvoldoende aandacht hebben voor nevenwerkingen bij (pijn)medicatie”, zegt apotheker Frie Niesten. Prikkel had met haar een verhelderend gesprek over de nevenwerkingen die vaak het gevolg zijn van medicatie. Onze gesprekspartner maakt na een dertigjarige praktijkervaring deel uit van de medische directie van de LCM.

Chronische pijnpatiënten maken een groot deel uit van de patiënten die met de nare gevolgen van medicijngebruik af te rekenen hebben. Het is volgens Frie Niesten uiterst belangrijk dat zowel (huis)artsen als apotheker hun patiënten uitvoerig informeren over de bijwerkingen van geneesmiddelen en pijnstillers. Dat geldt niet alleen voor de door de arts voorgeschreven medicijnen maar eveneens voor die ‘pilletjes’ die op eenvoudig verzoek in de apotheek verkrijgbaar zijn. In ons land ligt het aantal moleculen dat als pijnstilling gebruikt wordt, rond veertig à vijftig. Daarvan is er een vijftal dat in bepaalde omstandigheden zonder voorschrift als zelfzorgmiddel verkrijgbaar is.

Frie Niesten: “Over de bijwerkingen van pijnstillers wordt nog veel te weinig informatie verstrekt. Als je verwacht dat een geneesmiddel daadwerkelijk ‘helpt’, dan zijn bijwerkingen niet uit te sluiten. Wie weet bijvoorbeeld dat water drinken ook bijwerkingen kan veroorzaken, net zoals je bijwerkingen vaststelt bij het gebruiken van placebo’s (middelen zonder werkende bestanddelen)”.
Belangrijk aandachtspunt is en blijft het gebruik van alcohol dat voor veel pijnstillers een versterking geeft van de invloed op waakzaamheid.

Combinatierisico’s
Pijnpatiënten moeten omzichtig omspringen met medicatie die ze op eigen initiatief gebruiken. Ze moeten zich bestendig (laten) informeren over de eventuele combinatierisico’s. Uiteraard zijn arts en/of apotheker hier de meest aangewezen informatiebronnen voor.
Bijwerkingen, veroorzaakt door het nemen van geneesmiddelen en pijnstillers, zijn soms tijdelijk. Ze verdwijnen meestal na een tiental dagen.
Maar toch mag volgens Frie Niesten pijnmedicatie nooit een doel op zich zijn. “Wel kan het doel zijn, bepaalde activiteiten of bezigheden mogelijk te maken. Dan denk ik aan oefentherapie, ADL-activiteiten (algemene dagelijkse levensactiviteiten) en beroepsbezigheden”.

Patiënten die er voor opteren pijnstillers te nemen, dienen samen met hun arts/apotheker uit te zoeken welk middel het beste helpt. Niesten adviseert in eerste instantie paracetamol omdat deze pijnstiller goed werkt en de minste bijwerkingen heeft. Paracetamol werkt pijnstillend en koortswerend. Andere, zonder voorschrift verkrijgbare pijnstillers, hebben meer bijwerkingen, vooral voor maag en darmen. Daarom is een juiste dosering, vermeld op verpakking of bijsluiter, belangrijk.
Frie Niesten: “Pijnstillers werken binnen een uur na inname. Werkt een pijnstiller niet of onvoldoende dan kan de patiënt naar een ander middel overstappen. Belangrijk is goed na te gaan of het nieuwe middel geschikt is voor de specifieke patiënt en of het middel samengaat met andere geneesmiddelen of met een ziekte die de patiënt heeft. Bij alle pijnstillers moet overdaad voorkomen worden”.
Pijnstillers die zonder recept verkrijgbaar zijn en die soms ook op recept worden voorgeschreven zijn o.a. paracetamol, ibuprofen, diclofenac, napoxen. Paracetamol met codeïne, tramadol en morfine, zijn alleen op recept te verkrijgen.

NSAID
Patiënten die onvoldoende baat hebben bij paracetamol, kunnen hun heil zoeken in een NSAID. NSAID is de afkorting voor ‘Non Steroid Anti Inflammatory Drug.’ Bekende NSAID’s zijn ibuprofen, diclofenac en naproxen. Ze worden soms ook onder een merknaam verkocht.
NSAID’s zijn pijnstillers met een ontstekingsremmende werking.
Apotheker Niesten: “Het zijn goede pijnstillers maar ze kunnen, in tegenstelling tot paracetamol, vervelende bijwerkingen veroorzaken. Maag- en darmklachten komen regelmatig voor. Soms kunnen ze zelfs een maagbloeding veroorzaken. Daarom worden NSAID’s vaak samen met een maagbeschermend middel voorgeschreven”.
NSAID’s gaan vaak niet goed samen met andere medicijnen, aandoeningen of ziekten. Ze hebben bv. ook invloed op de bloedverdunning en op hart- en bloedvaten. Wie zich tot deze geneesmiddelen wendt, dient vooraf voldoende informatie in te winnen of deze pijnstiller wel voor hem of haar geschikt is. De bijsluiter geeft al veel informatie.
Apotheker Frie Niesten raadt patiënten ouder dan 60 jaar sterk
aan contact op te nemen met hun dokterspraktijk of apotheek om te overleggen wanneer er twijfel bestaat of het middel, al dan niet geschikt is.

Als NSAID’s onvoldoende helpen, kan soelaas gezocht worden in uitbreiding met paracetamol. Wie direct met een NSAID is begonnen (zonder eerst alleen paracetamol te proberen) en daar niet tevreden over is, kan alsnog alleen paracetamol proberen. Paracetamol helpt soms beter dan een NSAID en heeft minder bijwerkingen.

Codeïne
Samen met codeïne kan paracetamol sterker werken. Codeïne is een stof die afgeleid is van morfine, maar die veel minder sterk werkt. Een vaak voorkomende bijwerking is verstopping van de darm.
Frie Niesten: “Voldoende drinken en vezelrijk eten verminderen de kans op verstopping. Maar van codeïne kan je suf worden wat voorzichtigheid impliceert bij autorijden of bij het bedienen van machines”.

Tramadol
Ook tramadol is een morfineachtige stof. Het geeft minder pijnstilling dan morfine en het duurt even voordat het werkt. De pijnstillende werking bouwt in een paar dagen op. Tramadol kan verslavend werken en vertoont regelmatig bijwerkingen zoals misselijkheid en duizeligheid. Tramadol geeft minder gauw verstopping dan codeïne. Ook van tramadol kan je suf worden.

Morfine
Morfine en andere morfineachtige stoffen zoals fentanyl (in de vorm van een pleister) en oxycodon zijn voorbeelden van zeer sterke pijnstillers. Ze worden alle gebruikt bij zeer ernstige pijn en kunnen verslavend werken. Belangrijke bijwerkingen zijn sufheid en ernstige verstopping. Bij het gebruiken van deze middelen dienen activiteiten waarbij men oplettend moet zijn (autorijden of gevaarlijke machines bedienen) vermeden te worden. Tegelijk met deze pijnstillers krijgen patiënten een laxeermiddel voorgeschreven zodat de ontlasting gemakkelijker komt. Deze zeer sterke pijnstillers kunnen ook misselijkheid, onrust en verwardheid geven.
Door gewenning en om voldoende pijnstillen te behouden, is
het vaak nodig om na verloop van tijd de dosering geleidelijk te verhogen. Door de geleidelijke verhoging hebben patiënten minder last van bijwerkingen. Als de pijnstilling afgebouwd kan worden, doet men dit bij morfineachtige pijnstillers meestal ook geleidelijk om onthoudingsverschijnselen te voorkomen.

Leefregels
“Voor de meeste pijnklachten zijn paracetamol of NSAID’s voldoende”, weet apotheker Frie Niesten. “Bij te verwachten afnemende pijn, kan met deze pijnstillers verminderd of gestopt worden. Bij aanhoudende pijn kan het nodig zijn de pijnstillers op vaste tijden te slikken, zodat de pijn niet telkens terugkomt. Lukt het niet om met leefregels en de voorgeschreven pijnstillers de pijn onder controle te krijgen, dan is overleg met de arts aangewezen. Bij ernstige pijn kan het nodig zijn om, tijdelijk, sterkere pijnstillers voor te schrijven”.

Afhankelijk
Wie langdurig veel pijnstillers gebruikt, loopt het risico er afhankelijk van te worden en er zelfs hoofdpijn van te krijgen. Om dat te voorkomen is, alweer, overleg met de behandelende arts nodig.
Frie Niesten adviseert patiënten die pijnstillers gebruiken zich af en toe af te vragen of er een andere manier is om de klachten aan te pakken zodat ze minder pijnstillers hoeven te nemen of ermee kunnen stoppen. “Een gezonde levensstijl kan hierbij helpen”.

Geneesmiddelenbewaking
Ongewenste effecten van geneesmiddelen zijn dikwijls weinig ernstig maar toch zijn zeer ernstige en soms zelfs levensbedreigende reacties mogelijk.
Daarom is geneesmiddelenbewaking, d.w.z. het opsporen van ongewenste effecten van geneesmiddelen nadat ze op de markt zijn gebracht, noodzakelijk omdat het risicoprofiel van een geneesmiddel op het ogenblik van commercialisering meestal nog onvoldoende bekend is. Systemen gebaseerd op spontane melding van ongewenste effecten worden beschouwd als een belangrijke methode om in een vroeg stadium signalen van ongewenste effecten van geneesmiddelen te genereren. Het melden van ongewenste effecten aan een geneesmiddelenbewakingscentrum is bijgevolg zeer nuttig. In België wordt een spontaan meldingssysteem beheerd door het Centrum voor Geneesmiddelenbewaking van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (FAGG.) Artsen, apothekers en tandartsen kunnen er door middel van de ‘gele fiches’ vermoede ongewenste effecten van geneesmiddelen melden.
Patiënten die vermoeden dat een hun voorgeschreven geneesmiddel bepaalde bijwerkingen veroorzaakt, doen er goed aan het daarover met hun apotheker of arts te hebben.

Ook testaankoop ontwikkelde een meldformulier voor het melden van bijwerkingen van geneesmiddelen.
Op de site van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (FAGG) kan men dit melden en ook eventueel rechtstreeks naar het FAGG via mail

Bron: Artikel uit ons ledenblad Prikkel nr. 33, december 2010

Hits: 171

TOP