logologo Tegemoetkomingen

 
 

Als persoon met een handicap heb je misschien recht op een tegemoetkoming. Hieronder sommen we de mogelijk belangrijkste toelagen voor u op. Bij de inhoud kan je doorklikken voor meer info over dit onderwerp. Daar krijg je een overzicht aan gedetailleerde info.

 

Inhoud:
Rechtenverkenner

Derdebetalersregeling

Statuut chronische aandoening

Maximumfactuur (MAF)


Rechtenverkenner

Bron: © 2015 Rechtenverkenner.be  

Rechtenverkenner: alle sociale rechten in één onlinegids

De zorgverzekering, een mantelzorgtoelage, het sociaal telefoontarief, een toelage voor chronische pijnpatiënten of een aanpassingspremie voor de woning van bejaarden … Het gamma aan sociale rechten is zo uitgebreid dat mensen vaak niet meer weten waarop ze recht hebben. De website www.rechtenverkenner.be geeft snel en eenvoudig een overzicht van alle sociale rechten.

Waarom een rechtenverkenner?


Er zijn heel wat sociale rechten waar je als burger een beroep op kunt doen. Het aanbod is uitgebreid maar versnipperd: zowel de federale, Vlaamse, provinciale als lokale (gemeente en/of OCMW) overheid kennen elk een aantal voordelen en tegemoetkomingen toe. De regelgeving is vaak moeilijk en verandert voortdurend.

Voor burgers en hulpverleners is het een onmogelijke opdracht om op de hoogte te blijven van alle maatregelen. Kennis is macht. Wie niet weet waar hij of zij recht op heeft, loopt meer risico om tussen de mazen van het sociale vangnet te vallen. En ook wie zijn rechten kent moet vaak nog heel wat drempels overwinnen om ze in praktijk om te zetten.

Met de rechtenverkenner bundelt de Vlaamse overheid alle informatie over sociale rechten in één portaalsite. Deze website maakt je wegwijs in de bestaande regelgeving en geeft actuele basisinformatie over de inhoud van elk recht.

Wat vind je in de rechtenverkenner?

De rechtenverkenner geeft een online overzicht:

  • van sociale rechten: premies en andere voordelen op het vlak van onderwijs, arbeid, wonen, welzijn, energie, vervoer, justitie …
  • voor kwetsbare groepen: ouderen, chronisch zieken, personen met een handicap, werkzoekenden, personen met een laag inkomen …
  • door verschillende overheden: federale, Vlaamse, provinciale en lokale overheid

De basisinformatie over elk recht is opgenomen in een gedetailleerde fiche. Hier krijg je een omschrijving van het recht, de voorwaarden waaraan u moet voldoen, de aanvraagprocedure, de documenten die je bij aanvraag moet meebrengen en alle contactgegevens van de dienst waar je het recht aanvraagt.

Hoe gebruik je de rechtenverkenner?

Elke opzoeking in de rechtenverkenner start met het ingeven van je postcode. Deze bepaalt de gemeentelijke en provinciale rechten die moeten verschijnen. Na het invoeren van de postcode kan je de rechtenverkenner op verschillende manieren doorzoeken:

Op thema of doelgroep

In de rechtenverkenner zijn veertien thema’s (arbeid, wonen, onderwijs …) en acht doelgroepen (ouderen, chronisch zieken) opgenomen. Door te zoeken op thema of doelgroep krijg je een overzicht van de rechten relevant voor het geselecteerde thema of de specifieke doelgroep.

Via een persoonlijk profiel:

Met het persoonlijk profiel krijg je een overzicht op maat van je rechten. In een invulformulier geef je gedetailleerde informatie over onder meer je woning, gezin, opleiding en werk. De rechtenverkenner zoekt dan gericht welke rechten voor jou relevant zijn.

In een alfabetisch totaaloverzicht of op trefwoord

Via het navigatiemenu Van A-Z krijg je een overzicht van alle sociale rechten of zoek je op trefwoord naar een specifiek recht.

De resultaten van je opzoeking kan je bewaren in een pdf-document. Van de rechten die je vooraf selecteert, wordt ook de gedetailleerde informatie in het overzicht opgenomen.

Op zoek naar diensten en voorzieningen?

De rechtenverkenner werkt samen met de interprovinciale sociale kaart (www.desocialekaart.be) om ook voorzieningen en organisaties op het terrein beter bekend te maken. Via zogenaamde dienstenfiches zoek je gericht naar specifieke diensten als poetshulp, rust- of verzorgingstehuizen of een klusjesdienst in je gemeente.

De dienstenfiches zijn in de rechtenverkenner terug te vinden onder de benaming ‘Sociale kaart – Voorzieningen voor’ gevolgd door de naam van de doelgroep of het thema.

Meer informatie

Heb je vragen bij het gebruik van de rechtenverkenner, wil je een brochure of affiche ontvangen of een informatiesessie aanvragen, contacteer:

Tom D’Olieslager
Vlaamse overheid
Afdeling Welzijn en Samenleving
Koning AlbertII-laan 35 bus 30
1030 Brussel
Tel.      02 553 33 30
Mail      info@rechtenverkenner.be
Web     http://www.rechtenverkenner.be

De rechtenverkenner is een initiatief van de Vlaamse overheid, Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, afdeling Welzijn en Samenleving.


Derdebetalersregeling

Hoe werkt de derdebetaler?

De derdebetalersregeling valt het best uit te leggen aan de hand van een voorbeeld:

  • Jef gaat op consultatie bij zijn huisarts en betaalt hiervoor €30. Hij krijgt een getuigschrift mee van de huisarts en dient dit in bij zijn mutualiteit. Enkele dagen later betaalt de mutualiteit €25 terug aan Jef. De consultatie bij de huisarts heeft Jef uiteindelijk €5 gekost.
  • Marc gaat op consultatie bij de huisarts. Omdat Marc recht heeft op de derdebetalersregeling betaalt hij slechts €5 bij de huisarts. De huisarts van Marc dient zelf het getuigschrift in bij de mutualiteit van Marc en krijgt de overige €25 rechtstreeks van de mutualiteit. De consultatie bij de huisarts heeft Marc uiteindelijk €5 gekost. Dit is hetzelfde bedrag als bij Jef, maar Marc heeft niet eerst €25 moeten voorschieten in afwachting van de terugbetaling door de mutualiteit.

Wanneer de derdebetalersregeling wordt toegepast moet de patiënt dus enkel nog het persoonlijk aandeel of remgeld betalen (€5 in het voorbeeld), de verzekeringstegemoetkoming of het terugbetaalde deel wordt rechtstreeks tussen de mutualiteit en de arts verrekend (€25 in het voorbeeld).

Wie kan gebruik maken van de derdebetaler?

Momenteel kunnen enkel bepaalde groepen van patiënten gebruik maken van de derdebetalersregeling bij de huisarts. Personen met het statuut chronische aandoening of met verhoogde tegemoetkoming hebben hier bijvoorbeeld recht op. Bovendien is de huisarts nooit verplicht om de regeling ook effectief toe te passen. De patiënt kan ernaar vragen maar de huisarts mag weigeren om via de derdebetalersregeling af te rekenen.

Wanneer je tot één van deze categorieën behoort kan je gebruik maken van de derdebetalersregeling:

  • je hebt recht op de verhoogde tegemoetkoming;
  • je hebt recht op het statuut van persoon met een chronische aandoening;
  • je bevindt je in een financiële noodsituatie;
  • je bent vrijgesteld van de betaling van de bijdrage die verschuldigd is door de gerechtigde residenten;
  • je bent minstens zes maanden een gecontroleerde volledig werkloze (werknemer met gezinslast of alleenstaande);
  • je voldoet aan de medisch-sociale voorwaarden om recht te hebben op de verhoogde kinderbijslag.

Op 1 oktober 2015 verandert de regelgeving. Voor personen met verhoogde tegemoetkoming zal de huisarts voortaan namelijk verplicht én automatisch de derdebetalersregeling moeten toepassen. Iemand met verhoogde tegemoetkoming zal dan enkel nog het remgeld moeten betalen bij de huisarts, zonder er zelf naar te moeten vragen. 

Bevraging derdebetaler juni 2015

In juni 2015 organiseerde het Vlaams Patiëntenplatform vzw een online bevraging bij zijn achterban. Met een tiental korte vragen werd gepeild naar de mening van patiënten over de derdebetalersregeling.

385 patiënten deelden hun mening over hoe volgens hen een maatregel zoals de derdebetaler ingezet moet worden. De resultaten  zijn erg duidelijk en jammer genoeg soms ook schrijnend. Zo geeft meer dan 60% van de respondenten aan gezondheidszorg uit te stellen omwille van financiële redenen, 28% van hen moet dit zelfs regelmatig doen. Van de 232 personen die zorg moeten uitstellen geven maar liefst 210 patiënten (90,6%) aan dat de toepassing van de derdebetalersregeling voor hen de financiële drempel geheel of gedeeltelijk zou wegnemen. Van het totaal aantal respondenten gaat dan ook 91,7% akkoord met de stelling “de derdebetalersregeling maakt de zorg meer toegankelijk”.

Omdat het niet langer nodig is om getuigschriften in te dienen bij het ziekenfonds, is de derdebetalersregeling in de eerste plaats een administratieve vereenvoudiging voor de patiënt. Toch vindt 85,7% van de bevraagde patiënten dat ook de administratieve last voor zorgverleners beperkt moet worden en dat een toepassing van de derdebetaler bijgevolg niet voor extra administratie mag zorgen. In het opmerkingenveld gaven verschillende respondenten bovendien aan dat ze momenteel geen gebruik maken van de derdebetalersregeling omdat ze hun huisarts het extra papierwerk willen besparen. Het vertrouwen en respect tegenover zorgverleners is dus erg groot, maar dit mag er in geen geval toe leiden dat patiënten geen gebruik durven maken van maatregelen die de zorg voor hen toegankelijker kunnen maken.

In de pers werd tot slot de afgelopen maanden wel eens het argument aangehaald dat huisartsen zelf het best geplaatst zijn om in te schatten welke patiënten gebaat zijn bij de toepassing van de derdebetalersregeling. Uit de bevraging blijkt nochtans dat 58,7% van de patiënten niet akkoord gaat met deze bewering.


Een volledig rapport van de resultaten van de bevraging kan je opvragen bij An De Cock via an.decock@vlaamspatientenplatform.be


Statuut chronische aandoening

In 2008 gaven heel wat patiëntenverenigingen in een bevraging aan dat er nood was aan erkenning van chronisch zieken. Deze bevraging kaderde in de opmaak van het plan ‘Prioriteit aan de chronisch zieken’ van minister Onkelinx, waarin de gevraagde erkenning een prominente plaats kreeg. Het Vlaams Patiëntenplatform maakte deel uit van de stuurgroep die het plan moest omzetten in concrete acties en was dus nauw betrokken bij de verdere uitwerking. 

Samen met patiëntenverenigingen dacht het VPP na over correcte en allesomvattende criteria om het statuut op te baseren. Verschillende voorstellen kwamen op tafel te liggen in de stuurgroep en het VPP nam het telkens (samen met onze Franstalige collega’s van LUSS en onze Duitstalige collega’s van PR&T) op voor de chronisch zieken die uit de boot zouden vallen.

We hebben er enorm lang op moeten wachten, maar sinds december 2013 is het er eindelijk: hét statuut voor personen met een chronische aandoening[1]! Hieronder kan je een overzicht vinden van de voorwaarden om het statuut toegekend te krijgen en de rechten die eraan verbonden zijn.

Wie heeft recht op het statuut?

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen het openen en het verlengen van het recht op het statuut. Voor wie het statuut reeds heeft gelden namelijk minder strenge regels om het te verlengen dan voor wie het statuut voor de eerste keer toegekend krijgt. Daarnaast is er een uitzondering voor personen met een zeldzame aandoening: zij krijgen het statuut toegekend voor een langere periode en kunnen het makkelijker verlengen.

Een erg positief element aan dit statuut is het feit dat het grotendeels automatisch wordt toegekend. Je ziekenfonds beschikt over alle nodige gegevens om na te kijken of je er recht op hebt, waardoor je zelf dus geen aanvraag moet indienen. De ziekenfondsen screenen al hun leden en zullen je dus een brief sturen indien je recht hebt op het statuut. Enkel personen met een zeldzame ziekte moeten zelf initiatief nemen om gebruik te kunnen maken van de uitzondering die voor hen werd ingevoerd (zie verder: ‘Zeldzame ziekten’). 

Het recht openen

Het recht openen wil zeggen dat je het statuut voor de eerste keer toegekend krijgt. Volgende groepen van personen kunnen het recht openen en zullen het statuut automatisch toegekend krijgen door hun ziekenfonds:

  • Personen met hoge (en chronische) medische kosten. Hiervoor moet je gedurende acht opeenvolgende kwartalen (twee kalenderjaren) elk kwartaal €300 aan medische kosten hebben. In tegenstelling tot de maximumfactuur (MAF) gaat het hier om het volledige bedrag van de kosten en dus niet enkel om het remgeld. Zowel het stuk dat wordt terugbetaald door de ziekteverzekering als het stuk dat je als patiënt zelf moet betalen (het remgeld) wordt dus meegerekend. Opgelet: dit houdt in dat kosten waarbij de ziekteverzekering niet tussenkomt ook niet meetellen in deze berekening.
  • Een tweede mogelijkheid is recht hebben op het zorgforfait. Dit is een tegemoetkoming van het ziekenfonds die toegekend wordt aan personen met hoge medische kosten en een hoge graad van hulpbehoevendheid. Wie het zorgforfait krijgt, zal dus automatisch ook het statuut chronische aandoening toegekend krijgen.

In de twee bovenstaande gevallen wordt het statuut geopend voor een periode van twee jaar. Of je al dan niet in aanmerking komt voor het openen van het recht op het statuut, hangt af van de medische kosten die je in de twee vorige jaren hebt gemaakt of de ontvangst van het zorgforfait in die periode. Er zal dus bijvoorbeeld gekeken worden naar je medische kosten of zorgforfaits van 2013 en 2014 om na te gaan of je in 2015 het statuut kan openen. De rechten die verbonden zijn aan het statuut (zie verder: ‘Wat houdt het statuut in?’) zullen dan vanaf 1 januari 2015 toegekend worden. Na die twee eerste jaren kan het recht op het statuut verlengd worden. 

Het recht verlengen

Wanneer de eerste periode van twee jaar afloopt, zal je ziekenfonds automatisch controleren of je recht hebt op een verlenging van het statuut. Een verlenging geldt telkens voor een jaar.  Wie het zorgforfait ontvangt kan het recht op het statuut sowieso verlengen. Voor wie het statuut kreeg op basis van zijn medische kosten (acht opeenvolgende kwartalen €300) worden de voorwaarden enigszins versoepeld. Je hoeft namelijk niet langer elk kwartaal €300 aan medische uitgaven te hebben, een totaal van €1200 aan medische kosten tijdens het tweede jaar voorafgaand aan het jaar van de verlenging volstaat.

Een voorbeeld: Op 1 januari 2015 krijgt Jan van zijn ziekenfonds de boodschap dat hij het recht op het statuut heeft geopend omdat hij in 2013 en 2014 elk kwartaal €300 medische kosten had. Jan krijgt het statuut toegekend van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2016, een periode van twee jaar dus. Eind 2016 controleert het ziekenfonds of Jan ook in 2017 recht heeft op het statuut. Hiervoor wordt gekeken naar zijn medische kosten in 2015. Deze keer is het niet langer van belang of Jan elke drie maanden €300 heeft uitgegeven, maar wordt enkel gekeken naar de totale kosten in 2015. Indien Jan in 2015 medische kosten had voor een bedrag van €1200 of meer, krijgt hij ook in 2017 het statuut toegekend.

Deze versoepeling van het financiële criterium lijkt misschien een detail, maar kan een enorm verschil maken voor personen met fluctuerende medische kosten. Sommige chronisch zieken kunnen bijvoorbeeld een plotse opstoot krijgen van hun aandoening en in een korte periode meer dan €1200 moeten uitgeven aan medische zorg. Door de versoepeling zullen ook zij het statuut dus toch kunnen behouden.

We zijn ons er echter wel van bewust dat het voor personen met onregelmatige medische kosten heel moeilijk is om het statuut te openen. Het VPP heeft gepleit voor meer toegankelijke voorwaarden voor de opening van het recht maar heeft deze jammer genoeg niet verkregen. Dit belangrijk knelpunt wordt zeker meegenomen in de evaluatie van het statuut die uitgevoerd zal worden door het Observatorium voor de Chronische Ziekten.

Tip: Om te zorgen dat je ziekenfonds kan nakijken of je voldoet aan de financiële voorwaarden voor de opening of de verlenging van het statuut, is het belangrijk dat je tijdig je medische getuigschriften indient bij je ziekenfonds. Alleen op basis daarvan is het mogelijk om een overzicht te krijgen van de medische kosten die je in een bepaald jaar had. Een getuigschrift van bijvoorbeeld een doktersconsultatie op15 mei 2013 kan je ten laatste op 14 mei 2015 indienen bij je ziekenfonds – getuigschriften zijn twee jaar geldig. Wanneer je echter wacht tot mei 2015 om dit document aan je ziekenfonds te bezorgen, kan je ziekenfonds dan pas nakijken of je recht had op een verlenging van je statuut in  2015. Het statuut zal altijd met terugwerkende kracht toegekend worden wanneer je er alsnog recht op blijkt te hebben, maar bij een voordeel zoals de toepassing van de derdebetalersregeling (zie verder: ‘Wat houdt het statuut in?’) heeft terugwerkende kracht natuurlijk weinig zin… Om ervoor te zorgen dat je ten volle gebruik kan maken van het statuut en om verlies of verval van getuigschriften te vermijden, is het dus absoluut aangeraden om deze zo snel mogelijk aan je ziekenfonds te bezorgen. 

Zeldzame ziekten

Het recht openen

Voor personen met een zeldzame ziekte werd een bijkomend voordeel ingevoerd. Indien zij voldoen aan de eerste voorwaarde (acht kwartalen van €300 medische kosten) krijgen ze automatisch het statuut toegekend voor twee jaar. Wanneer ze bovendien een attest kunnen voorleggen waaruit blijkt dat ze aan een zeldzame aandoening lijden, krijgen ze het recht niet voor twee maar voor vijf jaar toegekend. Je ziekenfonds brengt je sowieso op de hoogte wanneer je het statuut hebt geopend op basis van het financiële criterium en als je daarna een attest indient, wordt het statuut verlengd voor een periode van vijf jaar. Je hoeft op voorhand dus nog niets te ondernemen. 

Het recht verlengen

Ook voor personen met een zeldzame ziekte gelden meer soepele voorwaarden bij de verlenging van het statuut. Het volstaat om in het laatste jaar voor een eventuele verlenging opnieuw een attest van zeldzame aandoening in te dienen bij het ziekenfonds, waarna het recht opnieuw verlengd wordt voor vijf jaar. Aan de financiële voorwaarde van €300 per kwartaal of €1200 per jaar moet niet langer voldaan worden, een geldig attest is voldoende. 

Wat houdt het statuut in?

Het statuut is bedoeld als een manier om voordelen specifiek toe te kennen aan chronisch zieken. Momenteel zijn er slechts twee maatregelen verbonden aan dit nieuwe statuut, maar het is de bedoeling om dit verder uit te breiden in de toekomst. Wie recht heeft op het statuut krijgt automatisch volgende voordelen toegekend:

De maximumfactuur (MAF) voor chronisch zieken[2]

Kort gezegd houdt de MAF in dat je elk jaar slechts een bepaald bedrag aan remgeld moet betalen. Wanneer je kosten deze grens overschrijden, zal je ziekenfonds voor de rest van het jaar alle remgelden terugbetalen. Bij personen die recht hebben op de MAF chronisch zieken wordt het grensbedrag verlaagd met €100. Dit wil zeggen dat ze elk jaar €100 minder moeten betalen aan remgeld en dat de MAF dus vroeger in werking treedt. 

Mogelijkheid toepassing van de derdebetalersregeling

Deze maatregel houdt in dat je zelf enkel het remgeld moet betalen en niet langer het bedrag moet voorschieten dat later terugbetaald wordt door het ziekenfonds. Personen die recht hebben op het statuut chronische aandoening kunnen aan hun zorgverlener (arts of tandarts) vragen om de derdebetalersregeling toe te passen. Zorgverleners zijn jammer genoeg niet verplicht om dit te doen en kunnen de toepassing van deze maatregel dus weigeren. Het VPP pleit ervoor om deze vrijblijvende mogelijkheid zo snel mogelijk aan te passen naar een verplichte en automatische toepassing van de derdebetalersregeling voor iedereen die recht heeft op het statuut van persoon met een chronische aandoening.

Meer informatie en vragen

Hoewel het over een hele brok informatie gaat, staan hierboven toch slechts de grote lijnen van deze nieuwe regelgeving. Voor meer details (bv. Welke zeldzame ziekten komen in aanmerking? Wordt een incontinentieforfait meegerekend voor de €300 per kwartaal?) of andere vragen kan je terecht bij je ziekenfonds. Het Vlaams Patiëntenplatform beschikt eveneens over heel wat informatie en probeert graag een antwoord te zoeken op je vragen, maar enkel je ziekenfonds kan nakijken of je al dan niet recht hebt op het statuut.

Meer info: An De Cock (016 23 05 26 of an.decock@vlaamspatientenplatform.be)


[1] Men spreekt ook vaak over ‘het statuut chronisch zieken’, dit gaat uiteraard over hetzelfde statuut maar in de officiële teksten wordt de term ‘chronische aandoening’ gebruikt. 

[2] Naast het statuut chronische aandoening wordt de MAF chronisch zieken momenteel ook reeds toegekend aan personen die twee opeenvolgende jaren €450 uitgaven aan remgeld. Wie op deze manier al recht heeft op de korting van €100 op het grensbedrag, zal geen bijkomende korting van €100 meer krijgen indien voor hen ook het statuut chronische aandoening wordt geopend. Het gaat immers niet om de creatie van een nieuw voordeel, het statuut biedt enkel een extra toegang tot het reeds bestaande voordeel van de MAF chronisch zieken. 


Maximumfactuur (MAF)

Wat is de maximumfactuur?

De maximumfactuur (MAF) biedt een gezin de garantie dat het, over de periode van één jaar, nooit meer dan een bepaald bedrag zal uitgeven aan medische kosten. Dit maximumbedrag of plafond wordt bepaald op basis van het gezinsinkomen (inkomens-MAF) of op basis van een bepaalde erkenning (sociale MAF). Voor personen met een chronische ziekte wordt een verlaging van het plafond voorzien van zodra zij aan enkele specifieke voorwaarden voldoen. Ook voor kinderen jonger dan 19 jaar is een aparte regeling voorzien. 

Wanneer de gezinsuitgaven voor geneeskundige zorgen het maximumbedrag hebben bereikt, betaalt het ziekenfonds tot het einde van dat jaar alle bijkomende kosten terug. Het ziekenfonds maakt zelf de nodige berekeningen gedurende het jaar, en zal dus ook automatisch de bijkomende kosten vergoeden wanneer het plafond overschreden is.

Welke kosten worden in aanmerking genomen?

Het remgeld van onder meer de volgende kosten wordt opgenomen in de teller van  de maximumfactuur en wordt op een aantal uitzonderingen na dus ook terugbetaald van zodra het plafond wordt overschreden:

  • honoraria van geneesheren, kinesitherapeuten, verpleegkundigen, paramedici…,
  • technische verstrekkingen zoals medische beeldvorming, laboratoriumonderzoeken, operaties…,
  • geneesmiddelen van categorie A, B en C,
  • kosten van ziekenhuisopname, namelijk het persoonlijk aandeel in de prijs van de verpleegdag (bij opname in een psychiatrisch ziekenhuis zijn de in rekening genomen kosten beperkt tot het eerste jaar),
  • het forfait geneesmiddelen op het ziekenhuisfactuur,
  • endoscopisch materiaal en materiaal voor viscerosynthese,
  • vergoedbare magistrale bereidingen,
  • de afleveringsmarge van implantaten,
  • medische zuurstof en radio-isotopen,
  • enterale voeding in de thuisomgeving voor kinderen jonger dan 19 jaar,
  • griepvaccin voor personen ouder dan 65 jaar en
  • sommige pijnstillers voor patiënten met chronische pijn of actieve verbanden voor patiënten met chronische wonden.

Sociale MAF

Binnen het gezin kunnen personen die recht hebben op een verhoogde tegemoetkoming, hun partner en de personen ten laste genieten van een aanvullend recht op de sociale MAF (waarvan het remgeldplafond 450 euro bedraagt). Andere personen die op hetzelfde domicilieadres wonen, genieten dus niet van de sociale MAF, tenzij ze zelf recht hebben op een verhoogde tegemoetkoming.

Inkomens MAF

Dit is de maximumfactuur in functie van het gezinsinkomen. Het remgeld boven een bepaald plafond wordt volledig terugbetaald. Dat plafond is afhankelijk van het netto belastbaar gezinsinkomen: hoe hoger het inkomen, hoe hoger het plafond. Voor meer informatie over de remgeldplafonds neem je best contact op met je ziekenfonds.
Voor de berekening neemt men het inkomen van het derde jaar dat voorafgaat aan het jaar waarvoor het recht op de MAF wordt onderzocht. In tegenstelling tot de sociale MAF, wordt voor de inkomens MAF het hele gezinsinkomen meegeteld. Dit betekent dat het inkomen van iedereen, die op één bepaald adres gedomicilieerd is, meetelt voor de berekening van de inkomens MAF.

Voor personen met een chronische ziekte of een handicap die inwonen bij een gezin waar er een hoog inkomen is, betekent dit dat het langer duurt vooraleer zij aan het plafond voor toekenning van de MAF zitten. Hierop kan een uitzondering gemaakt worden omdat personen in een afhankelijkheidsrelatie onder bepaalde voorwaarden een apart gezin kunnen vormen. Je kan bij je ziekenfonds nagaan of je in een afhankelijkheidsrelatie zit en of je dus gebruik kan maken van deze uitzondering. 

MAF voor kinderen jonger dan 19 jaar

Personen die jonger zijn dan 19 jaar moeten nooit meer dan 650 EUR per jaar betalen aan medische kosten. Dit bedrag staat los van het gezinsinkomen, maar heeft enkel betrekking op de individuele kosten van het kind of de jongere.


Chronische MAF

De MAF voor chronisch zieken is een extra beschermende maatregel. Als een lid van het gezin 450 euro aan remgeld betaalt gedurende 2 opeenvolgende jaren, dan wordt het remgeldplafond voor het gezin met 100 euro verminderd voor het jaar dat volgt. Op die manier zal het gezin sneller het remgeldplafond bereiken en dus volledige terugbetaling van de bijkomende kosten genieten. Deze maatregel geldt voor elk MAF-plafond, dus ook wie recht heeft op de sociale MAF of de MAF voor kinderen jonger dan 19 jaar kan beroep doen op de chronische MAF. Sinds 2013 wordt de MAF chronisch zieken ook automatisch toegekend aan iedereen die recht heeft op het statuut van persoon met een chronische aandoening.

Meer informatie over de maximumfactuur vind je bij je ziekenfonds. Versie 10/2015

Bron: Vlaams patiëntenplatform

TOP